Op de noordwesthoek van de Burense stadswal staat sinds mensenheugenis een korenmolen. De tegenwoordige molen, een stellingmolen met de naam Prins van Oranje, dateert uit 1716, of moeten we zeggen uit 1911? In dat laatste jaar breekt er brand uit en wordt de molen niet alleen gerestaureerd maar ook verhoogd en voorzien van onderdelen uit een oude Rotterdamse oliemolen.

Brand en afbraak zijn schering en inslag in de geschiedenis van windmolens. De Prins van Oranje vervangt in 1716 een vervallen molen. Die vervallen molen is gebouwd na de grote stadsbrand van 1575 waarbij de bestaande molen in de as is gelegd.

Molendwang

De naam Prins van Oranje verwijst natuurlijk naar de Oranjes die als graven van Buren eigenaar van de molen zijn. In 1575 is Prins Willem I de eerste Burense Oranjegraaf. De graven bezitten het alleenrecht op exploitatie van windmolens (windrecht) en het recht op molendwang dat de boeren verplicht hun graan op die molen te laten malen.

Vrijwillig malen

Uit IJsselstein, waar de Oranjes ook regeren, weten we dat dit privilege scherp is nageleefd.

In 1798, na de Franse inval, vervalt een deel van deze oude rechten. De molen is daarmee een relict uit een feodale tijd geworden. In loop van de 20e eeuw vervalt ook het economisch belang.

De gemeente koopt de molen in 1947, financieel ondersteund door de toenmalige gravin van Buren: Koningin Wilhelmina. Na twee restauraties, in 1952 en 1974, maalt de molen weer, nu op vrijwillige basis.

Bron tekst:
Mijngelderland.nl

Auteur: Henk Huitsing

Bron foto's:
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Quistnix via Wikimedia